item1a1
HOME2
EXPOSITIES2
PUBLICATIES2
MEDEDELINGEN2
CONTACT2
bervoetszaal
 EXPOSITIE

Dokter Freud in de wachtkamer, aan de ingang van zijn kabinet. Hij wordt bezocht door een rij kunstenaars. Boven hen, beelden uit de medische encyclopedie Larousse met een aantal menselijke ziekten. Er zijn in totaal zeven werken, oftewel zeven series kunstenaars op raadpleging gedurende een week. Men ziet er de grote sterren van de moderne kunst, vaak door elkaar: Van Gogh, Munch, Malevitch, Mondriaan, Kokoschka, Duchamp, Man Ray, Schiele. En ook belangrijke figuren uit de kunst van de jaren ’60 en ’70: onder andere Warhol, Calder, Beuys, Christo, en vertegenwoordigers van de Cobra-beweging zoals Appel en Alechinsky, en van het Postmodernisme: Baselitz, Hirst, Koons en Ai Wei Wei. Deze kunstwerken doen denken aan strips door het gebruik van beweging en ironie, aan poppenhuisjes door de miniatuurvoorstelling van situaties gemaakt van keramiek en diverse materialen. Ze zijn een echte weergave, vol humor, van de kunst, de kunstenaars en hun waarden. Een grappige bevraging via hun eigen kwaaltjes. Of ook de broze grens tussen genie en waanzin, tussen ernst en komedie, tussen verafgoding en heiligschennis.

Frank Maieu De Wachtzaal

(...) Een witte bladzijde kan zowel perfect als schrikwekkend zijn (of toch voor sommmige onder ons) door haar leegheid, en kan goed worden vervangen door enig fragment uit de werkelijkheid (in dit geval het stuk uit een foto dat in een tijdschrift geprint is) en die de basis zal vormen voor de fantasie. Hier komt men dus terug op de vraag van de ‘leesbaarheid’ van de vormen. Een vraag die al sinds de Antieke Oudheid bestaat, toen men in de maan een gezicht zag en Leonard gevechten kon zien in omwallingen. Men vertrekt van het gekende om te eindigen bij het onbekende: het gaat om de (her)uitvinding van de beelden, die men niet moet verstoren zoals een collage-kunstenaar dat doet. Het gaat hier om een zoektocht naar de verborgen verschijningen die zich achter de tekening schuilhouden. Eenmaal dat het mysterie het licht ziet, kunnen we deze werkwijze ook omgekeerd toepassen, een beetje zoals de goede koning Dagobert en volgens de wijsheid van de Talmud (“Qu’as-tu vu? — J’ai vu le monde à l’envers; j’ai vu les riches en bas, et les pauvres en haut. — Mon fils, tu as vu le monde véritable.”) Bemoedigd door deze ‘resultaten’ (en volgens de bedachtzame raad van René Char mag men hier niet blijven hangen), heeft men de twee andere mogelijkheden uitgediept zodat het beeld ‘letterlijk en in alle richtingen’ vertelt wat het te vertellen heeft.

 

Men heeft deze variaties met vier vermenigvuldigd om zo een serie van zestien tekeningen te bekomen, maar die allemaal hetzelfde startpunt hebben. De mogelijke gebruiken variëren volgens het gekozen basisdocument om zo op een (ronduit) vastgezet aantal mogelijkheden te spelen. Met de hulp van ieders eigenheid zouden er zo uitzonderlijke ontwikkelingen het licht moeten zien.

AStas
André Stas La méthode quatre-quatre

Deze kunstenaar woont en werkt in Italië en heeft via zijn vader belangrijke banden met de schilderkunst. Zijn vader was een Argentijnse schilder die Frankrijk vertegenwoordigde tijdens de Biënnale van Venetië. En één van de familieleden van zijn moeder had het luminisme in Nederland ingevoerd. Nibbrig is zowel schilder, beeldhouwer en keramist wiens werk nauw aanleunt bij de opzet, de thema’s en de plastische uitvoering dat een groot deel van wat men ‘de Nieuwe Wilden’ in Duitsland en Oostenrijk in de jaren ’80 noemt. Op de tentoonstelling wordt een serie hoofden gepresenteerd; deze zijn vaak gemerkt door hevige existentiële thema’s, zowel in zijn gekleurde houtsculpturen, als zijn matieristische keramieken of integendeel, zijn hele vlakke bronzen. De tentoonstelling wordt vervolledigd met unieke bronzen stukken met patina’s van verschillende kleuren die geïnspireerd zijn op barscènes en drank en seksualiteit associëren in een echte enscenering.

Nibbrig6
Nibbrig Rude

Arditi, een Franse plastische kunstenaar, graaft lijnen en groeven in een hout zonder nerven (MDF of Medium). Dit staat in tegenstelling tot een gravure, waarvan men eerst een negatief maakt om er vervolgens een positief uit te halen. MDF is een materiaal bestaande uit houtstof en men kan het zowel diep en hard als zeer fijn graveren. Wat graveert hij? Beeldfragmenten uit de popcultuur, uit tattookunst, uit catalogi van machines en werktuigen, maar ook meer abstracte bewegingen die sterk contrasteren met de beeldfragmenten. Hij wisselt de op verschillende manieren gegraveerde accenten met elkaar af: de getekende beeldfragmenten en de abstracte ritmen geven op die manier leven aan de werken. Hij gebruikt daarbij ook mooie uitsparingen; deze ruimtes geven de werken autonomie, ademruimte en een zekere gewichtloosheid. Maar de kunstenaar drukt echter uit deze grote gegraveerde houtsblokken nooit op papier; het gaat enkel om een tekening dat in het hout wordt gesculpteerd. Wanneer alles is uitgewerkt, en wanneer de kunstenaar alleen nog maar abstractie ziet in het gewriemel van de lijnen, dan gebruikt hij zwarte, witte of gekleurde inkt, dezelfde die men gebruikt in de gravuurkunst. De inkt moet het hout al dan niet bedekken, zowel de plekken die niet gesculpteerd zijn als de uitgewerkte stukken.

ARDITIFrederic11794819x2
Frédéric Arditi Tout doit disparaître
uitnodigingfrank

Deze uitzonderlijke kleigieter presenteert een groep recente sculpturen, meer dan 35. Eén onder hen draagt de titel ‘mes aventures avec Lénine’. Het gaat om assemblages bestaande uit vervalste foto’s en documenten, waar de kunstenaar vol humor een fictief verhaal vertelt. Het brengt de twee historische figuren, Lenin en de kunstenaar, samen: ‘Lénine à Cuba’, ‘Lénine au Congo’, in Disneyland (Lenin die uitsteekt boven het Vrijheidsbeeld), in de Kempen, in de ruimte (Lenin en Minnen in plaats van Gagarine), enz. Deze serie wordt vervolledigd door een andere serie die gaat over Lenin en de beeldtaal die werd ontwikkeld door het politieke regime dat hij steunde. Beneden kan de toeschouwer drie grote harten ontdekken, die het devies van de Franse Republiek echoën: ‘Liberté, Egalité, Fraternité’. Deze termen zijn in het Nederlands (Vrijheid, Gelijkheid, Broederlijkheid) met opzet omgevormd tot Vreihijd, Geleikhijd, Broederleikhijd. Deze sculpturen vormen enerzijds een lofdicht aan het devies, maar onderlijnen anderzijds ook de relativiteit omdat ze zowel hoop als desillusie belichamen.

 

De laatste groep is gebaseerd op een traditioneel spel dat nog steeds in bepaalde Vlaamse regio’s wordt gespeeld, en waarbij spelers geld inzetten op percelen grond. Men laat er vervolgens een koe los; de winnaar is diegene die geld heeft ingezet op het perceel waar de koe zal ‘kakken’. Raymond Minnen associeert hiermee op zijn manier de meest gereputeerde Vlaamse kunstenaars aan de hand van reproducties die in een supplement van De Morgen werden uitgegeven.

Raymond Minnen Vreihijd Geleikhijd Broederleikhijd
RMinnen

De tentoonstelling presenteert twee ensembles kunstwerken. De FlipchArts: de kunstenaar recupereert deze geruite bladen die tijdens vergaderingen/opleidingen of bedrijfsseminaries worden gebruikt. Hij slaat de teksten, cijfers en schema’s op en overschildert ze met actuele beelden van hedendaagse miserie en grote wereldtragediëen. Dit doet hij op één ‘flipchart’ blad of zelfs of meerdere bijeengebrachte bladen. Het tweede ensemble kunstwerken bestaat uit een honderdtal flessen waarin de kunstenaar fragmenten uit zijn persoonlijke archieven uit de jaren ’80 tot nu heeft geplaatst: originele tekeningen, fotokopies, uitnodigingen, verzendingen uit de periode van de mail art, teksten van dichters zoals Miguel Mesquita da Cunha, enz. Maar de schilder voegt er ook verf aan toe en wijzigt daardoor deze fragmenten op een willekeurige manier. De fles wordt dan gedicht met een stop van polyurethaan. Hier hebben we dus te maken met archieffragmenten die zowel persoonlijk als artistiek zijn en die niet alleen geconserveerd worden, maar ook getransformeerd.

Benoit Piret Vox clamantis
BenoitPiretzelfportret

Het werk van de multidisciplinaire kunstenaar Jacques Lennep gaat al meer dan veertig jaar over het verband tussen het beeld en het woord. Dit is één van de principes van de ‘relationele esthetiek’ die hij in 1972 introduceerde. Marcel Duchamp zei immers: “Ce sont les regardeurs qui font le tableau”. Het werk is ‘open’, zoals Umberto Eco ook wel voorschreef. Vaak wordt Lennep met Magritte vergeleken, door het verband tussen woord en beeld. Maar daarbij vergeet men dat Magritte alle interpretatie van zijn schilderijen weigerde. Deze blijven dus, volgens Michel foucault, ‘zelf-refererend’... De werken van Lennep benadrukken vaak het concept van het schilderij, van de kunstgeschiedenis en van de verf. Maar deze visie is niet verstoken van humor en ironie. Nu produceert hij ‘grisailles/peintures photogéniques’, die verband houden met zijn brunailles uit de jaren ’70. Dit ascetisme draagt het merk van de conceptuele periode die de kunstenaar beïnvloedde. Zwart, wit en grijs zijn geen kleuren maar geven eenieder de mogelijkheid de kleuren zich mentaal voor te stellen volgens de onderwerpen.

Jacques Lennep Grijs = kleur
JLennep
bannerwimlinks2017
bannerwimrechts2017
Heyrmanexpomidden

Zomer tentoonstelling 2017

Vernissage op zaterdag 1 juli 2017 tussen 16u00 en 22u00

De tentoonstelling loopt van zondag 2 juli tot en met zondag 3 september 2017

Donderdag, vrijdag, zaterdag, zondag 13u30 tot 18u00

Gesloten | fermé | closed: 3, 4, 5 & 6 augustus | août | august

BERVOETSZAAL bervoetszaal